Over zelfonderzoek, zelfmanagement en de ruimte die ontstaat wanneer niet iedere ervaring een nieuwe verbeteropdracht hoeft te worden.
Minder op je telefoon. Meer bewegen. Beter eten. Vaker mediteren. Minder alcohol drinken. Meer rust nemen. Eerder naar bed. Beter naar je lichaam luisteren.
Het valt me al een tijdje steeds vaker op hoeveel we bezig zijn met wat we meer, minder, vaker of beter zouden moeten doen.
En geloof me: ik ken het.
Als zelfonderzoeker pur sang probeer ik al jarenlang te begrijpen wat invloed heeft op hoe ik me voel.
Waarom voel ik me de ene keer wél goed en de andere keer niet?
Mijn lichaam observeren en verbanden proberen te leggen. Tal van methodes uitproberen. Het effect van voeding, slaap en beweging. De invloed van werk en ondernemerschap. Familie en relatie.
Voor mij is dit onderzoek inmiddels een onderdeel van wie ik ben.
Nu komt dat vooral vanuit een oprechte interesse in het menszijn. Maar diezelfde nieuwsgierigheid kent ook een keerzijde.
Want wanneer we ons níét goed (genoeg) voelen, een ongemak blijft terugkomen of we ineens een diagnose onder onze neus geschoven krijgen, dan krijgt dit onderzoek een heel ander randje.
We voelen ons tegengehouden.
Veel te snel moe. Een lijf dat maar niet tot rust komt. Buikklachten. Niet lekker in je vel zitten. Pijn. Een klacht die telkens terugkomt. Of iets anders wat ons beperkt in hoe we eigenlijk zouden willen leven.
Dan volgen er redelijk snel de vragen:
- Waar komt dit vandaan?
- Wat is er aan de hand?
- Hoe kan ik dit oplossen?
En voor de zelfonderzoekers onder ons gaat het vaak nog een reflectietje verder:
- Wat probeert dit me te vertellen?
- Wat heb ik niet gezien?
- Wat moet ik anders doen?
En niet te vergeten: Hoe kan ik dit voorkomen?
En dat is niet zo gek.
Als iets pijn doet, willen we dat het stopt. Als iets ons beperkt, willen we onze vrijheid terug. Als we ons niet goed voelen, willen we ons beter voelen.
Een prachtige bescherming van onze mind.
Maar wat als die bescherming een compleet verbeterplan wordt?
Wanneer zelfzorg zelfmanagement wordt
Misschien heb ik te weinig geslapen.
Misschien zit ik te veel op mijn telefoon.
Misschien moet ik weer vaker mediteren.
Misschien komt het door wat ik gegeten heb.
Misschien moet ik meer bewegen.
Of misschien moet ik juist meer rust nemen.
Misschien heb ik mijn grenzen niet goed aangegeven.
Misschien moet ik beter naar mijn lichaam luisteren.
En voor je het weet, ben je bezig met het uitbreiden van je eigen gebruiksaanwijzing.
Ik noem het inmiddels weleens bezigheidstherapie.
Want je kunt er eindeloos mee bezig blijven.
Iedere ervaring levert weer nieuwe informatie op.
Voelde je je vandaag beter nadat je gisteren vroeg naar bed bent gegaan?
Interessant. Misschien moet je dat vaker doen.
Reageerde je buik nadat je iets had gegeten?
Misschien kun je dat beter vermijden.
Voelde je je onrustig nadat je veel op je telefoon had gezeten?
Ah, zie je wel. Minder schermtijd.
We leggen verbanden, trekken conclusies en maken er vervolgens regels van.
En soms werken die regels fantastisch.
Totdat ze dat ineens tóch niet meer doen.
Ik dacht regelmatig dat ik iets ontdekt had wat invloed had op mijn lichaam. Tot precies hetzelfde een volgende keer helemaal geen klachten gaf.
Of ik kreeg juist klachten terwijl ik alles volgens mijn eigen theorie ‘goed’ had gedaan.
Mijn darmen zijn daar een prachtig voorbeeld van. Je kunt eindeloos onderzoeken wat je wel en niet zou moeten eten. De ene keer lijkt iets overduidelijk een reactie te geven en een andere keer gebeurt er niets.
Dus wat is dan waar?
Wat als de zoektocht zelf, stress oplevert?
Een nog extremer voorbeeld waren voor mij mijn oogontstekingen.
Op een gegeven moment had ik ongeveer vier keer per jaar een oogontsteking. En dan heb ik het niet over een wat geïrriteerd oog dat na een paar dagen over is. Zo’n ontsteking betekende voor mij minimaal drie weken pijn en beperkingen.
Natuurlijk wilde ik weten waar het vandaan kwam.
En niet alleen op de momenten dat het niet zo goed ging.
Juist in de maanden waarin het goed ging, ging het onderzoek door.
Want ik wilde voorkomen dat het terugkwam of erger werd.
Dus observeren. Terugkijken. Verbanden zoeken. Dingen aanpassen. Weer iets nieuws ontdekken.
En iedere keer wanneer ik dacht: misschien is dít het, bleek de werkelijkheid zich een volgende keer weer tóch net iets anders te gedragen.
Om nogal gestrest van te raken…
En ergens begon ik me steeds vaker iets af te vragen:
Hoeveel stress geeft eigenlijk mijn voortdurende zoektocht naar wat wél of níét goed voor mij is?
Dit werd extra duidelijk tijdens een van mijn heftigste oogontstekingen.
Denken deed letterlijk pijn in mijn hoofd en rondom mijn slaap. Hoe meer mijn hoofd bezig was, hoe meer spanning ik ervoer. Het lukte me niet meer om de analyses voort te zetten.
Ik werd zowat gedwongen om een diepe stilte op te zoeken.
Daar ontdekte ik dat die rust de pijn direct aanzienlijk dragelijker maakte.
Dat rust invloed had op hoe ik me lichamelijk voelde, was me niet helemaal vreemd. Ook via mijn darmen had ik ervaren hoeveel verschil spanning of ontspanning kon maken. Daarom koos ik bijvoorbeeld al vaker bewust voor meditatieve rustmomenten.
Maar tijdens die oogontsteking ervoer ik voor het eerst zo scherp wat er gebeurde.
En ineens kreeg ik het besef dat mijn voortdurende zoektocht naar wat beter moet, misschien juist wel mijn ‘goed voelen’ in de weg zit.
De zoektocht naar gezondheid voelde zelf niet meer gezond.
Misschien hoef ik hier even niets mee
Ik wist het niet meer.
De oogontstekingen bleven komen en de oplossingen bleven weg.
In de rust die ik bleef opzoeken, begon er rust te komen in de situatie.
Misschien houdt dit wel gewoon nooit meer op.
Misschien hoort dit dan gewoon bij mijn leven.
Net zoals ik ook heb moeten leren leven met een diagnose voor mijn darmen.
Misschien betekende dat dan soms pijn en beperking.
En misschien hoef ik daar dan helemaal niets van te vinden.
Dus ik begon meer te kijken naar wat er daadwerkelijk is.
Was de pijn vandaag iets minder? Fijn.
Had ik rust nodig? Dan nam ik rust.
Kon ik iets wel? Dan genoot ik daarvan.
Niet meer als strategie, maar omdat dit was wat ik op dat moment nodig had.
En het opmerkelijke?
Sindsdien heb ik geen oogontsteking meer gehad.
Komt dat doordat ik het losliet?
Geen idee. Maakt niet meer uit.
En misschien is juist dát wel het interessantste.
Ik voel niet meer zo’n behoefte om het antwoord te vinden.
Opmerken zonder oorzaak, conclusie of regel
En zo begon ik dit op steeds meer gebieden in mijn leven te ervaren.
Met mijn darmen.
Met voeding.
Met mijn uiterlijk.
Met beweging.
Met moe zijn.
Met onrust.
Met hoeveel ik op mijn telefoon zit.
Met mediteren.
Met alles waarvan ik ooit bedacht dat ik het misschien anders, beter, vaker of minder zou moeten doen.
Ik ben niet gestopt met nieuwsgierig zijn. Integendeel.
Ik merk nog steeds van alles op.
Alleen maak ik van wat ik opmerk niet meer zo snel een oorzaak, conclusie of regel.
Een dag of week meer moe zijn, betekent niet automatisch dat ik moet onderzoeken waar dat door komt.
Een week veel op mijn telefoon zitten, hoeft niet meteen opgelost te worden met minder schermtijd.
Een opgeblazen buik hoeft niet onmiddellijk te betekenen dat mijn darmontsteking weer opspeelt.
Soms ben ik gewoon moe.
Soms zit ik veel op mijn telefoon.
Soms is mijn buik opgeblazen.
En vaak voelt dat morgen alweer totaal anders.
Je hoeft niet bij iedere innerlijke weersverandering het klimaatbeleid aan te passen.
Maar moet ik dan nergens meer iets aan proberen te veranderen?
Het betekent niet dat je alles maar gewoon ‘laat zijn’. Dat je geen bewuste keuzes meer maakt. Zeker niet.
Laat me het uitleggen aan de hand van een persoonlijk voorbeeld.
Ik eet graag bewust.
Ik heb een tijd terug ontdekt dat rustig eten, goed kauwen en daadwerkelijk aanwezig zijn bij mijn maaltijd prettig voor mij voelt. Ik probeer minimaal 25 keer op een hap te kauwen. En wanneer ik merk dat ik ondertussen alweer op mijn telefoon zit of met mijn gedachten ergens anders ben, breng ik mijn aandacht terug.
Niet altijd.
Niet perfect.
Maar ik wil het graag.
En volgens mij zit daar voor mij een wezenlijk verschil.
Iets mag goed voor me werken.
Ik mag ergens bewust voor kiezen.
Ik mag mezelf ergens liefdevol naar terugbrengen.
Maar een voorkeur hoeft geen regel te worden.
Vandaag kies ik ervoor. Wil ik het morgen anders, ook goed.
Ik ben gestopt met van alles wat ik hoor een instructie te maken.
Ik ben níét gestopt met naar mezelf te luisteren.
Mijn behoefte om te doen, te onderzoeken of te ontwikkelen verandert voortdurend. Soms is die er volop en soms nauwelijks. Nu vraag ik alleen niet méér van mezelf dan er op dat moment uit mij komt.
En gek genoeg lijk ik in de vrijheid en ruimte die hierdoor is ontstaan mijn lichaam juist beter te horen dan ooit.
Zelfonderzoek zonder verbeteropdracht
Misschien vind ik dát nog wel het interessantste aan deze periode.
Ik ben helemaal niet minder bezig met zelfonderzoek.
Het lijkt juist gemakkelijker te gaan.
Ik merk iets in mezelf op en denk: hè, interessant.
En dan hoeft er niets te gebeuren.
Ik hoef het niet onmiddellijk te begrijpen. Ik hoef er geen patroon van te maken. Ik hoef mezelf niet te veranderen.
Soms valt me iets weken later opnieuw op.
En soms realiseer ik me dat er maanden later ineens wel degelijk iets veranderd is.
Niet omdat ik mezelf ertoe heb gedwongen.
Het lijkt soms alsof bewustzijn zelf al iets in beweging zet.
Daar ben ik steeds meer op gaan vertrouwen.
Niet als nieuwe waarheid.
Niet als methode.
Gewoon omdat ik steeds nieuwsgieriger ben geworden naar wat er gebeurt wanneer ik mezelf niet voortdurend probeer te sturen.
Ik onderzoek mezelf — en dit prachtige maar vreemde bestaan — omdat ik het gewoon ontzettend interessant vind. Een betere versie van mezelf hoeft niet het doel van mijn zelfonderzoek te zijn.
Doordat de verbeteropdracht steeds verder naar de achtergrond verdwijnt, is er steeds meer ruimte gekomen voor het soort zelfonderzoek waar ik van hou: niet onderzoeken om ergens te komen, maar vanuit nieuwsgierigheid naar wat er al is.
Voordat je het weet, is ‘loslaten’zelf weer een verbeterproject
En daar zit natuurlijk alweer een prachtige valkuil.
Je leest een artikel zoals dit en denkt:
Shit. Ik ben dus veel te veel bezig met mezelf verbeteren. Ik moet meer loslaten.
En daar ga je weer…
Want loslaten, overgave en vertrouwen zijn net zo goed weer verbeterprojecten.
Ze staan heel snel toch weer als volgende punt op je zelfverbeterlijst.
Makkelijk praten als het goed gaat
Ik heb dagen waarop ik moe ben. Ik voel me weleens onrustig. Mijn lichaam voelt echt niet iedere dag fantastisch.
Maar over het algemeen gaat het goed.
Dan is vertrouwen natuurlijk een stuk gemakkelijker.
Wat gebeurt er wanneer ik morgen wakker word met opnieuw een flinke oogontsteking?
Of wanneer iets anders ineens langdurig pijn doet of me beperkt?
Want juist wanneer iets écht pijn doet, weet ik dat die controlemind weer erg luid kan worden.
Misschien ga ik dan opnieuw dingen onderzoeken. Misschien zoek ik hulp. Misschien ontdek ik iets wat daadwerkelijk helpt.
De bescherming van mijn mind hoeft niet weg. Laat hem maar.
Overgave betekent voor mij niet dat ik geen oplossingen meer mag zoeken.
Het betekent dat mijn leven niet hoeft te wachten op die oplossing voordat het weer oké mag zijn.
Kijkend naar wat er op dat moment daadwerkelijk is.
Gewoon. Mezelf niet nog meer belasten. Mezelf met rust laten.
Als ik mezelf niet in de gaten houd, gaat het mis
Ja. Een angst die ik maar als te goed ken.
Zonder die regels, wie zorgt dan dat ik genoeg beweeg? Goed eet? Niet terugval in oude patronen?
Wat gebeurt er als ik mezelf daadwerkelijk met rust laat?
Een paar jaar geleden besloot ik niet meer op de weegschaal te gaan staan en de laatste overgebleven voeding- en beweegregels uit een eerdere eetproblematiek los te laten.
Daaronder zat een enorme angst: wat als het dan volledig misgaat?
Wat als ik aankom? Wat als ik mezelf nooit meer mooi voel? Wat als ik mijn kleding niet meer aankan.
Ik besloot het niet te weten.
Inmiddels zijn we jaren verder. Ik weet nog steeds niet wat ik weeg. Mijn vrouwelijke lijf danst mee zonder uitschieters. Ik sport nog altijd en eet nog steeds gezond, maar zonder die verschrikkelijke regels en compensaties.
Ik hoef mezelf niet voortdurend te managen
Ik leef. Ik voel.
Ik maak soms keuzes waarvan ik weet dat ze niet optimaal voor mijn gezondheid zijn.
Ik maak andere keuzes omdat ik merk dat ze juist heerlijk voor me voelen.
Soms heb ik behoefte aan rust.
Soms wil ik bewegen.
Soms wil ik bewust eten.
Soms helemaal niet.
En steeds vaker ontstaat de reactie vanzelf.
Iets voelt niet meer lekker en ik heb er minder behoefte aan.
Mijn lichaam vraagt om rust en ik merk dat ik rustiger aan doe.
Ik ontdek iets over mezelf en maanden later blijkt er iets veranderd.
Niet altijd.
Niet perfect.
Maar genoeg om mezelf steeds iets minder strak vast te hoeven houden.
En misschien is dat voor mij op dit moment wel een van de krachtigste vormen van zelfzorg:
Ik hoef niet ieder mogelijk schadelijk effect uit mijn leven te verwijderen om goed voor mezelf te zorgen.
Ik hoef ook niet te geloven dat alles goedkomt wanneer ik maar voldoende vertrouw.
Dat zou gewoon weer een nieuwe vorm van controle zijn.
Ik weet niet wat mijn lichaam morgen of over vijf jaar doet.
Ik weet niet welke klachten ooit terugkomen.
Ik weet niet welke gewoontes vanzelf verdwijnen en bij welke ik misschien ooit bewust moet ingrijpen.
Ik weet ontzettend veel niet.
Maar ik hoef die onzekerheid steeds minder op te lossen.
Jezelf met rust laten
Misschien is dat wat ik de afgelopen jaren aan het ontdekken ben.
Jezelf met rust laten betekent niet dat je niet meer naar jezelf luistert.
Het betekent niet dat je nergens meer nieuwsgierig naar mag zijn.
Het betekent niet dat je geen hulp zoekt, niets verandert of geen bewuste keuzes maakt.
Voor mij betekent het steeds vaker:
- Luisteren zonder onmiddellijk te verklaren.
- Opmerken zonder onmiddellijk te corrigeren.
- Onderzoeken zonder onmiddellijk te concluderen.
- Ervaren zonder onmiddellijk te verbeteren.
En misschien vooral: erop vertrouwen dat ik mezelf wel tegenkom wanneer er daadwerkelijk iets te ontmoeten valt.
Niet alles hoeft vandaag opgelost.
Niet iedere mindere dag vertelt me iets.
Niet iedere lichamelijke sensatie heeft een boodschap die ik moet ontcijferen.
Niet iedere ontdekking over mezelf hoeft een opdracht te worden.
Soms mag iets er gewoon zijn.
En misschien ontstaat er vanuit die ruimte uiteindelijk vanzelf iets anders.
Of niet. Ook goed.
Dus misschien is de vraag voor vandaag helemaal niet wat je nog aan jezelf zou kunnen verbeteren.
Misschien is de interessantere vraag:
Wat gebeurt er als je jezelf — precies zoals je vandaag bent — gewoon eens met rust laat?
Resoneert dit?
Herken je jezelf in mijn verhaal?
In het onderzoeken, het willen begrijpen, het zoeken naar wat anders of beter kan.
Misschien merk je dat je daarin soms zelfs je eigen grenzen passeert.
Misschien voel je nu ook het verlangen om jezelf daarin wat meer ruimte te gaan geven.
Als je voelt dat je daar eens samen bij stil wilt staan, ben je welkom om contact met me op te nemen en kennis te maken.
♥
Met veel liefs. 🌿






Geef een reactie